Luc Martens

Luc Martens (c) Luc Van der Moeren

Luc Martens

Wie bent u? 
 
“Ik ben Luc Martens. Ik was gedurende ruim tien jaar leraar Latijn en Grieks, met o.m. oud-premier Yves Leterme als een van mijn leerlingen. Medio de jaren zeventig begon ik mij stevig in de politiek te engageren. Dit bracht mij in een reeks van boeiende opdrachten als directeur van het Instituut voor Politieke Vorming, bewegingssecretaris van de toenmalige CVP, adjunct-kabinetschef bij gewezen Vlaams minister van Onderwijs Daniël Coens, lid van de Vlaamse Raad en het Vlaams Parlement, lid van de Vlaamse Regering met o.m. de bevoegdheid voor Cultuur, en burgemeester. Nu zit ik in een landingsbaan met allerlei engagementen in het culturele veld. Zo ben ik voorzitter van FARO en OP/TIL, De Week van de Smaak, bestuurder bij het Eenzame Westen, enz. Ik doe ook nog wel wat consultancy in het culturele veld, maar de opdrachten van partner en ‘dada’ (opa) komen meer en meer in beeld. Cultuur in haar verscheidenheid blijft voor mij een belangrijke focus, met een bijzondere belangstelling voor erfgoed, beeldende kunsten, muziek, literatuur, enz.”  

Hoe was u betrokken bij Erfgoeddag?  

“Ik was niet direct betrokken bij de start van de Erfgoedddag. Wel ging tijdens mijn periode als minister van Cultuur een grote aandacht naar roerend en onroerend erfgoed en naar volkscultuur. Hier en daar heb ik meegewerkt aan een vruchtbare humus voor wat wij vandaag definiëren als het brede, maar ook wel meer en meer samenhangende veld van het roerend erfgoed.” 

Waarom vond u het belangrijk om te participeren aan Erfgoeddag?  

“Vooral vanuit mijn opdracht als burgemeester van Roeselare heb ik Erfgoeddag kunnen faciliteren. In Roeselare waren en zijn er tal van verenigingen en personen die een bijzondere gevoeligheid hebben voor het erfgoed. Een van de meest zichtbare is de ploeg en de fanclub van Koers!, het museum/kenniscentrum in Vlaanderen voor de wielersport en alle facetten die hieraan verbonden zijn. Ik merk dat Erfgoeddag en verwante initiatieven sterk mobiliseren en zichtbaarheid geven aan mensen die erg betrokken zijn bij een of ander aspect van het erfgoedgebeuren: archeologie, vakmanschap, cultuurbibliotheken, de verhalen die lang mondeling werden overgedragen (en nu nog) maar nu eindelijk worden vastgehouden in kleinere en grotere publicaties, verzamelaars die voor een flink deel hun identiteit putten uit hun verzamelwoede en de expertise die ze hierbij hebben opgebouwd … Door hiermee bezig te zijn en dit te ondersteunen houden mensen het verleden vast en blijven ze hun wortels koesteren. Ze toetsen het ook aan de actualiteit om de relevantie ervan beter te begrijpen, ze halen er sterkte uit om zich te handhaven in moeilijkere tijden en de toekomst in haar volle breedte en in haar diverse dimensies beter te kunnen begrijpen. Erfgoeddag is een sterk forum voor dit alles. Het brengt ook de opeenvolgende generaties samen en plaatst hen in de lijn van de traditie in haar meest originele betekenis: de overdracht, het doorgeven, het duiden … Zo wordt het DNA uit de laboratoria gehaald en gepromoveerd tot een beleefde werkelijkheid.” 

Hoe zag u het initiatief evolueren? 

“Wat klein en aarzelend is begonnen is in de loop der jaren uitgegroeid tot een feest van het rijke roerend en immaterieel erfgoed in Vlaanderen en Brussel. De wijze waarop FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, het evenement faciliteert en coördineert is daar niet vreemd aan. Deuren en vensters worden opengezet, mensen worden over de drempels en twijfels m.b.t. het onbekende heen binnengehaald.  Het erfgoed krijgt zichtbaarheid en mobiliseert mensen om hun belangstelling niet te beperken tot die ene dag of dat ene weekend, maar om ook hieromtrent met anderen te gaan samenzitten en mee te werken.” 

“De wisselende jaarthema’s roepen telkens opnieuw boeiende samenwerkingen op tussen geïnteresseerde individuen, maar ook tussen diverse erfgoedspelers zoals musea, erfgoedcellen, heemkundige kringen … en tal van andere partners. Erfgoed is zo niet meer op zichzelf teruggeplooid. Ook in andere sectoren (onderwijs, zorg, sport …) is men beter gaan beseffen dat hun specialisme niet haaks staat op het erfgoedgebeuren. Integendeel, het is deel van hun eigen beleid.”  

“Erfgoeddag kreeg vanaf het begin veel medewerking en belangstelling. In de loop der jaren is er wel flink wat veranderd. Ik denk daarbij aan: 

  • Het feit dat initiatieven, activiteiten en ideeën steeds vaker van onderuit groeien.  
  • Men benadert het erfgoed niet alleen meer door naar het verleden te kijken. Men probeert uitdrukkelijk aantrekkelijk en begrijpelijk te zijn voor nieuwe generaties. 
  • Een groot deel van de kracht wordt gehaald uit stevige samenwerkingsverbanden die ook buiten Erfgoeddag actief zijn en die aanvullende initiatieven nemen in de loop van het werkjaar. 
  • Zonder iets af te doen van de onvervangbare bijdrage van de vrijwilligers is er de onmiskenbaar toegenomen professionaliteit. Die laat zich voelen in de wijze waarop Erfgoeddag wordt voorbereid en gepresenteerd. 
  • De diversiteit maakt vanuit diverse invalshoeken deel uit van Erfgoeddag: belendende percelen (bv. vakmanschap …) komen in beeld, sectoren worden uit hun beslotenheid gehaald om ook de erfgoeddimensie in hun werking een plaats te geven (sport, gezondheid en zorg …), er zijn de verrassende invalshoeken, men laat zich niet vatten door het onvruchtbare discours van de zgn. ‘omvolking’ om ook mensen met een andere religieuze of etnische achtergrond te laten participeren aan Erfgoeddag. 

Dit alles draagt ertoe bij dat Erfgoeddag in de loop van de jaren een publiekslieveling is geworden.”  

Wat is uw favoriete herinnering aan Erfgoeddag?  

 “Er zijn heel wat herinneringen aan diverse evenementen. Zo denk ik o.m. aan de editie m.b.t. zorg, die mij als gastspreker deed nadenken over de evoluties in de zorg die voortvloeien uit andere inzichten over de organisatie van de zorg en de veranderende plaats van de patiënt / cliënt. Religie en bijgeloof, bezweringen en duiveluitdrijvingen zijn verdrongen en overvleugeld door de wetenschap en haar adepten en geschoolde professionelen. De patiënt wordt meer en meer mondig en wil mee architect en uitvoerder zijn van de zorg die hij nodig heeft. Dit alles krijgt een concrete vertaalslag in de infrastructuur, het hele instrumentarium, de procedures en manieren van werken enz. 

“Ik denk ook aan het toenmalig wielermuseum in Roeselare, dat via Wiemu en nu Koers! op Erfgoeddag de rijkdom van zijn collecties en zijn kennis toegankelijk maakte voor een breed publiek. Het ging hierbij niet alleen om kijkstukken en sterke verhalen, maar ook om de achterliggende dynamieken, de complexe relaties en ook wel manipulaties binnen de sport. Keer op keer zijn de Erfgoeddagen echte uitdagingen om de eigen inzichten aan te scherpen en het eigen denken en handelen bij te stellen.”   

Erfgoeddag bestaat 20 jaar. Wil u graag nog een laatste tip meegeven aan de coördinatoren? 

“Het is toch wel wat overmoedig mezelf een al te grote deskundigheid aan te meten ten aanzien van het werk van al die vrijwilligers en professionelen - allen vinden ze hun energie in een sterke overtuiging, een enorme bezieling, een sterk ploegverband …  

Ik kan ze alleen aanmoedigen om zich met hart en ziel te blijven inzetten. Ze staan er niet alleen voor. Op tal van plekken en vaak vanuit onverwachte hoeken zijn er mensen die hun werk erg waarderen en die er ook een bijdrage toe willen leveren. Zijzelf mogen zich dan ook niet opsluiten in het eigen vakgebied. Ze moeten over de grenzen van de eigen discipline partners zien en aanspreken om vanuit een deskundige blik op het verleden vooral ons denken te richten op de actualiteit en de toekomst.”  

Foto: Luc Martens (c) Luc Van der Moeren